Zwaarddrager (Xiphophorus Helleri)
Eén van de bekendste aquariumvissen is de zwaarddrager. De zwaarddrager wordt ingedeeld in de groep van de ‘tandkarpers’. Deze grote groep dankt haar naam aan het feit dat ze zeer kleine tandjes op hun kaakranden dragen. De groep is vervolgens in tweeën te splitsen; eierleggende en levendbarende tandkarpers. De zwaarddrager hoort bij de familie van de ‘levendbarende tandkarpers’, waar ook de guppy, het plaatje, de molly, het muskietenvisje en de hoogvinkarper deel van uitmaken. Ze zijn te vinden in Midden-Amerika, met name in de landen Mexico, Guatemala en Honduras. Van oorsprong heeft de zwaarddrager een groene kleur. In de loop der tijd zijn er echter allerlei kweekvormen ontstaan. Zo zijn er nu rode, zwarte, gevlekte en geeloranje gekleurde vissen in de handel. Ook zijn er langvinnige variëteiten in omloop. De rug en staartvin zijn sowieso opvallend groot. Door het slanke lichaam is het een snelle zwemmer.
Aquarium
De zwaarddrager is een vreedzame vis die daarom prima in gezelschapsaquaria ondergebracht kan worden. In het aquarium worden ze vaak niet langer als 10 à 12 centimeter. Maar omdat het vrij drukke zwemmers zijn moeten ze toch ondergebracht worden in middelgrote aquaria. Een aquarium van 80 centimeter lang is echt het minimum, maar liever een groter aquarium. Bovendien moet er in het aquarium voldoende zwemruimte zijn; dat betekent niet te veel andere vissen en niet te dicht beplant. Het aquarium zal ook goed afgesloten moeten zijn, omdat de zwaarddragers uitstekende springers zijn. Het zal niet de eerste keer zijn dat een zwaarddrager omkomt doordat deze uit de bak is gesprongen. De mannetjes zijn erg actief in het paren. Daarom is het aan te bevelen om ze met meerdere vrouwtjes samen te houden. Mannetjes onderling gaan in de meeste gevallen wel goed met elkaar om. De zwaarddragers houden zich in alle waterlagen in het aquarium op, maar hebben duidelijk voorkeur voor de bovenste waterlaag. Aan de kwaliteit van het water zelf worden niet veel eisen gesteld. Ze verdragen temperaturen tussen de 20°C en 30°C, maar hebben het liefst een temperatuur van 24°C.
Geslachtsonderscheid
Het verschil tussen volwassen mannetjes en vrouwtjes is eenvoudig te zien. De mannetjes hebben een soort van zwaard, een verlengde onderste vinstraal. Vandaar ook de naam zwaarddrager. Tweede kenmerkende is het geslachtsorgaan dat onder het mannetje zichtbaar is. Dit orgaan wordt het gonopodium genoemd. De vrouwtjes zijn in het algemeen groter als de mannetjes en ze hebben een afgeronde staart. Het kan echter wel een half jaar duren eer deze geslachtsverschillen zichtbaar zijn. Ze zijn dan ook pas na een half jaar geslachtsrijp. De beste mannetjes zijn zij, die het laatst hun zwaard ontwikkelen. Bijzonder is de zogenaamde geslachtsverandering die bij deze vissoort kan voordoen. Volwassen vrouwtjes kunnen in korte tijd transformeren in mannetjes, met de daarbij behorende kenmerken van een gonopodium en een zwaard.
Voedsel
De zwaarddrager is een echte alleseter. Ze zijn prima te onderhouden met droogvoer. Ze willen echter ook graag levend voer, zoals muggenlarven, tubifex en watervlooien. En ook algen mogen niet op het menu ontbreken! Het schijnt dat ze tijdens het eten kunnen stikken, door hun gulzige eetgedrag. Geef ze een paar keer per dag in kleine hoeveelheden te eten. Geef niet te veel, ze blijven namelijk om eten vragen ook al hebben ze al gehad.

